De gedoogbeschikking en de verhouding tot het onteigeningsbelang onder de Omgevingswet

maandag 27 juni 2022 Geschreven door Arjan van Delden

Hoewel de wetgever een ‘beleidsneutrale’ inwerkingtreding
van de Omgevingswet voor ogen staat, lijkt het instrument
van de gedoogbeschikking toch in importantie toe te nemen.

De nieuwe wettelijke regeling biedt een stevige verruiming van bevoegdheden om gedoogbeschikkingen te verlenen. Daarbij komt dat de wetgever de oplegging van een gedoogplicht bij beschikking minder ingrijpend vindt dan onteigening en daaraan de conclusie verbindt dat onteigening niet noodzakelijk is indien de oplegging van een gedoogplicht bij beschikking volstaat om een ontwikkeling van meervoudig grondgebruik mogelijk te maken, zonder dat het oorspronkelijke (enkelvoudige) gebruik noemenswaardig wordt belemmerd. Daarmee ontwikkelt de gedoogbeschikking zich tot een grondbeleidsinstrument voor ontwikkelingen van meervoudig grondgebruik waarbij de oorspronkelijke functie (grotendeels) behouden blijft.
 
Samen met Sheila van Gemeren, verbonden aan Ten Holter Noordam Advocaten, heb ik in het artikel ‘De gedoogplicht onder de omgevingswet: een (ver)nieuw(d) grondbeleidsinstrument’ het huidige wettelijke systeem vergeleken met het systeem onder de Omgevingswet en onder meer een licht geworpen op de verhouding tussen onteigening en het opleggen van een gedoogplicht. Naar onze mening noodzaakt het door de wetgever voorgestane systeem, waarbij geen onteigeningsbelang aanwezig wordt geacht indien de toepassing van een bevoegdheid tot oplegging van een gedoogbeschikking tot een gelijk uitvoeringsresultaat kan leiden, tot een andere benadering van de bestuursrechtelijke toets of de belangen van de rechthebbende (wel of geen) onteigening vorderen.
 
Verder gaan we in het artikel in op vernieuwde procedurele bepalingen, het recht op vergoeding van schade en de nieuwe gebruiksvergoeding voor ‘commerciĆ«le’ werken.
 
Ons volledige artikel vindt u hier.