De invoering van de Wet elektronische publicaties

vrijdag 2 juli 2021 Geschreven door Raisa den Otter

Inleiding
Op 1 juli 2021 is de Wet elektronische publicaties
(“Wep”) ingevoerd. Daarmee verandert de procedure
voor de overheid met betrekking tot het publiceren van officiële publicaties. De Bekendmakingswet en andere wetten in verband met elektronische publicatie van algemene bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen, zijn gewijzigd met de invoering van de Wep. De Wep verplicht bestuursorganen om alle officiële publicaties online te zetten via de website www.officielebekendmakingen.nlDe Wep maakt het de burger mogelijk om via één website alle algemene bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen van de overheid te raadplegen. Verschillende wetten met betrekking tot overheidscommunicatie gaven sterk uiteenlopende publicatievoorschriften. Publicatie diende deels digitaal plaats te vinden op diverse websites, in andere gevallen in dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen, terwijl in weer andere gevallen bestuursorganen hierbij hun eigen keuze werd gelaten.

Invoering van de Wet elektronische publicaties per 1 juli 2021
Het doel van de Wep is de toegankelijkheid van (voorgenomen) overheidsbesluiten te vergroten door burgers digitaal te informeren over besluiten die invloed hebben op hun leefomgeving. Alle wettelijk voorgeschreven bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen van (voorgenomen) besluiten die niet tot één of meer belanghebbenden zijn gericht, worden gedaan in de officiële elektronische publicatiebladen van de openbare lichamen waartoe de bestuursorganen behoren. De publicatiebladen dienen op gestandaardiseerde wijze te worden gepubliceerd op www.officielebekendmakingen.nl. Door beschikbare zoek- en attenderingsmogelijkheden is het voor burgers goed mogelijk op de hoogte te blijven. De stukken die behoren bij een kennisgeving van een (ontwerp)besluit worden tevens elektronisch toegankelijk gemaakt.

Standaardisering van de publicaties op www.officielebekendmakingen.nl
Standaardisering van de publicaties door verplichte publicatie op www.officielebekendmakingen.nl betekent dat voor decentrale overheden de mogelijkheid vervalt om hun publicatieblad via de eigen website uit te geven en dat verplicht gebruik moet worden gemaakt van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Konikrijkrelaties ter beschikking gestelde gemeenschappelijke publicatievoorziening. Het technische formaat, de metadata en de vormgeving van de publicaties worden gestandaardiseerd waardoor het mogelijk wordt alle publicaties gelijktijdig te doorzoeken. De bepalingen over de Staatscourant en die over de decentrale publicaties worden samengevoegd. In nadere regelgeving is de verplichting opgenomen om bij elke publicatie in de metadata aan te geven op welke locatie of op welk gebied het betreffende bericht betrekking heeft. Ook het type publicatie moet worden aangegeven.

Attendering per e-mail en presentatie in MijnOverheid
Veel burgers zullen niet de moeite nemen om geregeld de officiële publicatiebladen op internet door te de nemen of daarin op zoek te gaan naar voor hen relevantie informatie. Het is daarom mogelijk dat burgers zich op de website www.overheid.nl, per e-mail laten attenderen op publicaties die voldoen aan hun opgegeven interesseprofiel. De attenderingsmail biedt korte omschrijvingen van bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen. Voor verzending van persoonlijke berichten door de overheid aan burgers is in MijnOverheid een berichteninbox ingericht. Publicaties worden zelf niet opgenomen in MijnOverheid maar er wordt doorverwezen naar de publicatiebladen op www.officielebekendmakingen.nl.

Decentrale overheden publiceren in hun eigen publicatieblad
Het uitgangspunt is dat decentrale bestuursorganen hun algemene bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen doen in het eigen officiële publicatieblad. Bestuursorganen van de centrale overheid publiceren in de Staatscourant.

Andere wijze van informeren zijn aanvullend
De elektronische officiële publicatiebladen worden aangewezen als het medium waar de bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen moeten worden gedaan in plaats van de huidige publicatieverplichting. Eventuele andere publicaties, kunnen worden voortgezet, maar krijgen aanvullende status. Het kabinet vindt het belangrijk dat er voor mensen die moeite hebben met het digitaal verkeer andere mogelijkheden beschikbaar blijven/zijn. Overheidsorganisaties die niet meer in gedrukte bladen publiceren, treffen in de regel aanvullende voorzieningen. Alle middelen blijven beschikbaar voor communicatie met de burger; het is aan de decentrale overheden een afweging te maken. Daarnaast blijft de huidige (fysieke) terinzagelegging van stukken bestaan naast het elektronisch toegankelijk maken van deze documenten.

Invloed Wep op de Wvg, Onteigeningswet en Awb
Duidelijk is dat veel wetten worden gewijzigd vanwege de invoering van de Wep. Voor onze praktijk is in het bijzonder relevant de gewijzigde regelgeving betreffende publicaties op grond van de Wvg, de Onteigeningswet en de Awb. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder opgesomd, daarnaast verandert er (dientengevolge en logischerwijs) nog een aantal artikelen en vindt er in de wet een aantal verschuivingen plaats. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar het Staatsblad 2020 262

  1. Wvg

Burgemeester en wethouders maken de terinzagelegging van het besluit tot (voorlopige) aanwijzing per 1 juli 2021 in beginsel niet meer bekend in de Staatscourant en in één of meer dag- of nieuwsbladen maar in het Gemeenteblad (art. 7 lid 1 Wvg).

2. Onteigeningswet (Ow)

De kennisgeving van het besluit (tot onteigening) vindt per 1 juli 2021 in beginsel niet meer plaats in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen die in de gemeente verspreid worden (art. 64a lid 3 Ow).

De mededing van het besluit tot onteigening vindt per 1 juli 2021 niet meer plaats in de Staatscourant en in een in de streek verspreid wordend nieuws- of advertentieblad, maar in een uitgegeven publicatieblad (art. 65 lid 3 Ow).

Vanaf 1 juli 2021 moet in het verlengde van voorstaande bij het verzoekschrift tot onteigening een exemplaar van het publicatieblad waarin (op grond van art. 65 lid 3 Ow) mededeling is gedaan, worden overgelegd (art. 66 lid 2 Ow).

Per 1 juli 2021 dient de kennisgeving van het (ontwerp) besluit tot onteigening gepubliceerd te worden in het Gemeenteblad van de gemeente waar de betrokken onroerende zaken zijn gelegen (art. 78 lid 2 Ow).

De kennisgeving van de terinzagelegging dient gedaan te worden in het Gemeenteblad van de betrokken gemeente en niet meer in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen die in de gemeente verspreid worden per 1 juli 2021 (art. 78 lid 7 Ow).

3. Algemene Wet Bestuursrecht (Awb)

Er geldt vanaf 1 juli 2021 een uitzondering voor het ter inzage leggen van het ontwerp van het te nemen besluit met de daarop betrekking hebbende stukken, betreffende stukken waarvoor bij wettelijk voorschrift mededeling op de in artikel 12 van de Bekendmakingswet bepaalde wijze, is voorgeschreven (art. 3:11 lid 1 Awb). (De Bekendmakingswet schrijft de procedure betreffende de uitgifte van het Staatsblad en de Staatscourant voor en regelt de bekendmaking en de inwerkingtreding van wetten, algemene maatregelen van bestuur en vanwege het Rijk anders dan bij wet of algemene maatregel van bestuur vastgestelde algemeen verbindende voorschriften.)

De bepaling betreffende: “Tegen vergoeding van ten hoogste de kosten verstrekt het bestuursorgaan afschrift van de ter inzage gelegde stukken”, is vervallen (art. 3:11 lid 3 Awb).

Het bestuursorgaan geeft voortaan, voorgaand aan de ter inzage legging in het in artikel 12 van de Bekendmakingswet voor het bestuursorgaan aangewezen publicatieblad, op de in dat artikel bepaalde wijze, kennis van het ontwerp. De laatste zin van het voormalig art. 3:12 lid 1 Awb: [ .. ] “Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud.”, is vervallen. Art. 3:12 lid 2 Awb: “Indien het een besluit van een tot de centrale overheid behorend bestuursorgaan betreft, wordt de kennisgeving in ieder geval in de Staatscourant geplaatst, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald.”, is tevens vervallen.

De kennisgeving in de zin van de Awb vermeldt niet meer waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen (art. 3:12 lid 2 Awb) en daarnaast vangt de termijn in de zin van de Awb pas aan met ingang van de dag waarop het ontwerp ter inzage is gelegd en daarvan is kennisgegeven (3:16 lid 2 Awb).

Aan art. 3:44 lid 1 Awb is toegevoegd dat indien bij de voorbereiding van een besluit, dat niet tot één of meer belanghebbenden is gericht, toepassing is gegeven aan afdeling 3.4, gelijktijdig met de bekendmaking van het besluit kennisgegeven wordt van de terinzagelegging van de op de zaak betrekking hebbende stukken.

Uitzondering in verband met Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)
Ruimtelijke plannen zullen pas vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet als onderdeel van de nieuwe omgevingsplannen op de wijze die de Wep voorschrijft in de officiële publicatiebladen worden opgenomen. Tot dat moment zal bekendmaking van ruimtelijke plannen op huidige wijze plaatsvinden door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan, in een dag, nieuws- of huis-aan-huisblad, langs elektronische weg en in de Staatscourant. Daartoe worden deze besluiten, zolang de bestaande bepalingen van de Wro nog gelden, uitgezonderd van de verplichting om alle besluiten die niet tot één of meer belanghebbenden zijn gericht, in de officiële publicatiebladen bekend te maken. Wel zullen de kennisgevingen van de bekendmaking van deze besluiten geschieden via de publicatiebladen van de Bekendmakingswet.

Conclusie
De Wep brengt veel veranderingen met zich. Vanaf 1 juli 2021 moeten decentrale overheden al hun wettelijk voorgeschreven bekendmakingen in de officiële elektronische publicatiebladen op www.officielebekendmakingen.nl publiceren. Tevens loopt publicatie van kennisgevingen via www.officielebekendmakingen.nl. Wij bevelen aan te zorgen dat alle vereiste aanpassingen met betrekking tot de Wep juist worden geïmplementeerd zodat wordt voldaan aan alle wettelijke verplichtingen en er in procedures geen vormfouten worden gemaakt met fatale gevolgen.