Bij een verzoek om onteigening gaat de Kroon na of met die onteigening het publiek belang is gediend (zie Handreiking). Net als in voorgaande jaren werden zienswijzen op ontwerp-KB's ingediend over (het ontbreken van) het publiek belang.
3.1 Omgevingsplan
De bevoegdheid om te besluiten tot onteigening komt na de inwerkingtreding van de Omgevingswet (middels een onteigeningsbeschikking) te liggen bij de gemeenteraad, algemeen bestuur van het waterschap, Provinciale Staten of de betrokken minister en zal onder de Omgevingswet steeds moeten worden bekrachtigd door de bestuursrechter. In het KB van 12 mei 2021, nr. 2021000905 (gemeente Waterland, onteigeningsplan Monnickendam – Galgeriet 2019, hierna: 'KB Waterland') geeft de Kroon een eerste indruk hoe een omgevingsplan mogelijkerwijs een grondslag kan vormen voor een onteigeningsbeschikking, omdat sprake is van een onteigening met als planologische basis een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte: 'Omgevingsplan Monnickendam – Galgeriet 2019’.
Eén van de reclamanten had een beroep op zelfrealisatie gedaan en een plan ingediend waarmee de gemeente niet akkoord ging. In de zienswijze gaf reclamante vervolgens aan dat de wijze van planuitvoering onvoldoende concreet uit de onteigeningsstukken bleek. In het Beeldkwaliteitsplan 'Galgeriet 2019' en in de zakelijke beschrijving werd volgens reclamante alleen aangegeven dat haar percelen onderdeel uitmaken van een ondergrondse openbare parkeergarage met daarop een supermarkt en hotel en niet hoeveel gebruiksoppervlakte het hotel en de supermarkt besloeg.
De vraag die in dit KB centraal staat is of de wijze van planuitvoering in het licht van het zelfrealisatierecht voldoende concreet uit de stukken blijkt. Hier is zoals hierboven aangegeven sprake van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte in de zin van de Crisis- en herstelwet (Chw) met de benaming 'Omgevingsplan Monnickendam – Galgeriet 2019'. De Chw biedt een wettelijke grondslag voor daartoe specifiek aangewezen gebieden om in een 'bestemmingsplan verbrede reikwijdte' te experimenteren met de juridische systematiek van planregels in omgevingsplannen zoals deze straks onder de Omgevingswet kunnen worden vastgesteld. Het Galgeriet in Monnickendam betreft een als zodanig aangewezen gebied.
De Kroon overweegt als volgt: 'Zoals volgt uit bestendig Kroonbeleid kan de vorm van planuitvoering worden afgeleid uit de planregels en de toelichting van een bestemmingsplan alsmede in al dan niet daarvan deel uitmakende inrichtings- en verkavelingsschetsen. De gewenste vorm van uitvoering kan ook tot uitdrukking komen in een exploitatieplan.' Op grond van artikel 7c lid 6 van het Besluit uitvoering Chw zijn in het bestemmingsplan regels gesteld waarvan de uitleg bij de uitoefening afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. In de planregels wordt diverse malen verwezen naar de beleidsregel Stedenbouwkundige kwaliteiten Galgeriet 2019. Deze beleidsregel is tegelijkertijd met het plan en daarmee juridisch vastgesteld. Volgens de Kroon is in de beleidsregel aangegeven welke vorm van uitvoering de gemeente voor ogen staat. De invulling van het plangebied is dus voldoende concreet. De Kroon acht van belang dat de beleidsregel een 'juridische status' heeft.
Ook de Omgevingswet zal de mogelijkheid bieden om in de planregels van een omgevingsplan te verwijzen naar (dynamische) beleidsregels. Bovengenoemd KB biedt daarom een eerste indruk
hoe een omgevingsplan mogelijkerwijs een grondslag kan vormen voor een onteigeningsbeschikking.
3.2 Onherroepelijk bestemmings- of inpassingsplan
Volgens een zienswijze in het KB van 21 mei 2021, nr. 2021000955 (provincie Noord-Brabant, herinrichting N270 Langstraat tussen Walsberg en de Limburgse grens, hierna: 'KB N270 Langstraat') is het nemen van een ontwerpbesluit voorbarig, omdat beroep is ingesteld tegen het bestemmingsplan. Hier is sprake van een onteigening met titel IIa als grondslag. De Kroon oordeelt dat voor de start van de onteigeningsprocedure op grond van artikel 72a onteigeningswet in het algemeen voldoende is dat aanvang moet zijn genomen met de planologische inpassing van het werk. Voor bijvoorbeeld een projectplan geldt dat tenminste het ontwerp ter inzage moet zijn gelegd, voorafgaand aan of ten minste gelijktijdig met het ontwerp-KB. Dit zodat belanghebbenden de mogelijkheid hebben gehad tot het naar voren brengen van zienswijzen van planologische aard in de planologische procedure voorafgaand aan of ten minste gelijktijdig met de mogelijkheid tot het naar voren brengen van zienswijzen in het kader van de administratieve onteigeningsprocedure. Het ontwerp-KB was in dit geval niet voorbarig, omdat aan deze randvoorwaarden was voldaan. Het ontwerp-KB was dus niet eerder ter inzage gelegd dan het ontwerpbestemmingsplan.
Bij een onteigening op grond van titel IV (op basis van bijvoorbeeld een bestemmingsplan of inpassingsplan) geldt dat het verzoek(besluit) tot onteigening op basis van bestendig Kroonbeleid (pas) kan worden gedaan op het moment dat het ruimtelijk plan is vastgesteld (zie ook: KB van 21 januari 2021, nr. 2021000085 (gemeente Maastricht, onteigeningsplan Retailpark Belvédère, hierna: 'KB Retailpark Belvédère')). Pas ná indiening van het verzoek(besluit) neemt de Kroon het verzoek in behandeling en volgt na enkele maanden de terinzagelegging van het ontwerp-KB. De administratieve onteigeningsprocedure op grond van titel II(a) kan dus eerder starten dan een administratieve onteigeningsprocedure op grond van titel IV.
3.3 Overdracht gronden na onteigening aan partijen met een privaat/commercieel belang
In het eerder besproken KB Waterland wordt in zienswijzen bepleit dat geen sprake is van een aantoonbaar algemeen belang. Reden is dat verworven gronden direct worden overgedragen aan marktpartijen die het werk realiseren, aldus reclamante. Er wordt volgens de indiener van de zienswijzen 'in strijd met het beginsel van détournement de pouvoir' (misbruik van macht) gehandeld door de onteigeningswet te gebruiken om winst te maken.
De Kroon geeft kortweg aan dat de in het bestemmingsplan vastgelegde bestemming primair het publiek belang dient. Er is geen misbruik van macht, zo blijkt uit de overwegingen van de Kroon. In dergelijke gebiedsontwikkelingen is het gebruikelijk dat de overheid door onteigening verkregen gronden doorverkoopt aan een marktpartij.
3.4 Onverbindendverklaring PAS
Natuurgebied de Westelijke Langstraat ligt in de gemeente Waalwijk, tussen Waspik en Waalwijk ten zuiden van de A59. De oorspronkelijke natuur is – door intensivering en schaalvergroting van de landbouw, vermesting, verdroging en een te hoge stikstofdepositie – de afgelopen eeuw sterk achteruitgegaan. In het Inpassingsplan Natuurgebied Westelijke Langstraat worden de noodzakelijke herstelmaatregelen geborgd door de bestemming van de benodigde gronden te wijzigen in de bestemming natuur en water.
In het KB Westelijke Langstraat is een zienswijze naar voren gebracht dat de beoogde natuurontwikkeling is ingegeven door het treffen van zogenoemde 'PAS-maatregelen'. PAS staat voor 'Programma Aanpak Stikstof'. Enkele belangrijke onderdelen van het PAS zijn in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603) onverbindend verklaard. Hierdoor is het PAS feitelijk buiten werking gesteld. Daardoor is de planologische achtergrond volgens reclamanten alleen gebaseerd op de ontwikkeling van 'natte natuur'. Reclamanten betogen dat de noodzaak om op grote schaal natte natuur te realiseren ontbreekt.
De PAS ging uit van een meerjarenprogramma waarin stapsgewijs maatregelen zouden worden uitgevoerd ter reductie van stikstof. Aangezien het Programma uitging van toekomstige, nog niet
uitgevoerde reductiemaatregelen kon het PAS op grond van bovengenoemde uitspraak niet ten grondslag worden gelegd aan depositie-veroorzakende planologische besluiten. Om die reden is de PAS onverbindend verklaard en buiten werking gesteld. De achterliggende doelstelling gericht op stikstofreductie is echter onverminderd van toepassing.
De Kroon oordeelt dat een inpassingsplan de basis kan vormen bij onteigening op grond van artikel 77 onteigeningswet. Het gaat hier om uitvoering van het Inpassingsplan Natuurgebied Westelijke Langstraat dat door de Provinciale Staten van Noord-Brabant is vastgesteld. Hiermee is het publiek belang en daarmee de noodzaak van onteigening gegeven. Dit is in lijn met hetgeen de Kroon overwoog over een soortgelijke zienswijze in een KB uit 2020 (zie: KB van 3 april 2020, nr. 2020000681 (provincie Noord-Brabant, onteigeningsplannen Leegveld Deurne en Leegveld Deurne-2)).
3.5 Ruimtelijk ontwikkelingsbelang en volkshuisvestingsbelang
In de KB's van 2021 zijn geen bijzonderheden geconstateerd ten aanzien van zienswijzen die betrekking hebben op het ontbreken van ruimtelijk ontwikkelingsbelang of volkshuisvestingsbelang. Doorgaans overweegt de Kroon over dergelijke zienswijzen dat deze planologisch van aard zijn. Planologische aspecten kunnen in de administratieve procedure niet zelfstandig worden beoordeeld, maar kunnen in de procedure op grond van de Wet ruimtelijke ordening aan de orde worden gesteld (zie bijvoorbeeld: KB van 30 maart 2021, nr. 2021000624 (provincie Gelderland, onteigeningsplan N346 Schakel Achterhoek – A1)).