Mobiele menu

Contact

Strategisch grondbeleid

Nederland werkt aan grote opgaven, die concurreren om de schaarse ruimte. Het streven is om 900.000 woningen te bouwen voor 2030 en er vindt een transitie plaats in het buitengebied. Voor het daarvoor te veranderen grondgebruik is het toepassen van grondbeleid noodzakelijk. 

Sturend en Actief Grondbeleid in het kort

Bij het toepassen van grondbeleid wordt onderscheid gemaakt tussen Sturend Grondbeleid voor lucratieve functies (te financieren door de waardestijging van grond) en Actief Grondbeleid voor niet lucratieve functies (te financieren door de overheid, omdat er geen waardestijging van grond optreedt). 

Bij het realiseren van lucratieve functies maakt de overheid als vertegenwoordiger van het algemeen belang uit of, waar en hoe die ontwikkeling zal plaatsvinden én kan zo de regie voeren. Het gaat dan om woningbouw, bedrijventerreinen, intensieve recreatie, windmolens en zonneparken.
Het feitelijk realiseren  van het gewenste andere grondgebruik wordt door marktpartijen (ontwikkelaars) gerealiseerd voor hun rekening en risico. Meestal op daarvoor al door hen aangekochte grond. De (plan) kosten die een overheid daarbij maakt, worden vanuit de opbrengsten uit de ontwikkeling vergoed door de marktpartijen.

Waarna het residu van opbrengsten, minus kosten, risico en winstmarge resulteert in de de grondeigenaar toekomende grondprijs, die daar belasting over betaalt.
Overheden en marktpartijen gaan dan met elkaar onderhandelen  over de noodzakelijke samenwerking bij een ontwikkeling, waarna nagenoeg altijd een realisatie overeenkomst inclusief kostenverhaal wordt gesloten en vervolgens de ontwikkeling planologisch mogelijk wordt gemaakt.

Voor het sluiten van zo’n overeenkomst is het nodig de eigen onderhandelingspositie te kennen, door te weten hoe en wanneer de verschillende grondbeleidsinstrumenten in onderlinge samenhang kunnen worden ingezet. Het gaat daarbij dan veelal om:
•    het minnelijk verwerven , kopen van grond (en opstallen);
•    het wel of niet vestigen van een voorkeursrecht;
•    het sluiten van een realisatieovereenkomst (inclusief kostenverhaal);
•    het ook door gemeenten maken van exploitatieberekeningen;
•    het toepassen van publiekrechtelijk kostenverhaal;
•    het voeren van een twee sporenbeleid voor het inzetten van het onteigeningsinstrument.

Het zo in onderlinge samenhang toepassen van het grondbeleidsinstrumentarium en op basis daarvan onderhandelen en contracteren, heet 'Sturend Grondbeleid’. 

Bij niet lucratieve bestemmingen  maakt de overheid uit waar en hoe die ontwikkelingen zullen plaatsvinden. Het gaat dan om het aanleggen van natuur, infrastructuur en de landbouwtransitie.
Het realiseren van de verschillende opgaven gebeurt door middel van een gebiedsgerichte aanpak, maar ook door het treffen van ad hoc maatregelen als het omvormen van agrarische bedrijfsgebouwen naar een andere functie.   
Onderdeel van de plannen voor een gebiedsgerichte aanpak zal moeten zijn het laten zien waar en per wanneer het huidige gebruik van een deel van de grond en gebouwen zal veranderen. Dit veranderen kan door de huidige grondeigenaren of gebruikers worden gedaan. Gebeurt dit niet tijdig realiseert de overheid die ontwikkelingen zo nodig zelf door de verwerving van de grond, voor haar rekening en risico. Hierbij worden de verschillende grondbeleidsinstrumenten in onderlinge samenhang ingezet.

Dat instrumentarium bestaat uit: 
•    het op de markt kopen van strategische grondposities, die worden ondergebracht in een grondbank; 
•    het bereiken van overeenstemming met grondeigenaren over het gewenste andere gebruik (door het leveren van maatwerk, o.a. voortgezet gebruik, gewijzigde functie gebouwen, kwalitatieve verplichting, grondruil);
•    minnelijk verwerven op basis van een schadeloosstelling;
•    het vestigen van een voorkeursrecht voor gronden met een niet agrarische functie (ook voorop de functie natuur en agrarisch medegebruik);
•    het vestigen van een gedoogplicht; 
•    het toepassen van kavelruil;
•    het voeren van een twee sporenbeleid voor het inzetten van het onteigeningsinstrument.
Het zo in onderlinge samenhang toepassen van het grondbeleidsinstrumentarium en op basis daarvan het eventueel door de overheid kopen van grond, heet 'Actief Grondbeleid’.

Hoe kunnen wij u van dienst zijn?

Wij adviseren overheden over de toepassing van Sturend en Actief grondbeleid, het de regie nemen door het in onderlinge samenhang inzetten van de grondbeleidsinstrumenten. Gericht op het zo nodig tijdig de beschikking krijgen over de grond. Daarbij passen wij de instrumenten toe. 

Marktpartijen geven wij strategisch advies over grondbeleid en het voeren van onderhandelingen met de overheid. Daarbij is van belang als onderneming je onderhandelingspositie te kennen. Wanneer komt een grondeigenaar een beroep op zelfrealisatie toe, welke kosten mag een gemeente verhalen en hoe om te gaan met een door een gemeente gevestigd voorkeursrecht? 

Hieronder vindt u een overzicht van onze dienstverlening op het gebied van Sturend en Actief grondbeleid.